Hoe het carpaaltunnelsyndroom precies ontstaat weet men niet. Dat overbelasting een predisponerende factor is, is wel bekend. Meestal wordt bij een aanhoudend klachtenbeeld besloten tot operatief ingrijpen.
Fysiotherapie en fasciale technieken bij het carpaal tunnelsyndroom
Bij het carpaal tunnelsyndroom (CTS) ontstaat er druk op de middelste handzenuw (de nervus medianus) ter hoogte van de pols. Deze zenuw loopt door een nauwe doorgang in de pols, de zogenaamde carpale tunnel. Wanneer er onvoldoende ruimte ontstaat door spanning in spieren, bindweefsel (fascia), pezen of zwelling rondom de zenuw, kunnen klachten ontstaan zoals pijn in de hand, tintelingen, gevoelloosheid, krachtverlies en een doof gevoel in de vingers.
Door middel van fysiotherapie en gespecialiseerde fasciale technieken kan geprobeerd worden om de bewegingsvrijheid en ruimte rondom de zenuw en pezen te verbeteren. Fasciale behandeling richt zich op het versoepelen van het bindweefsel dat spieren, pezen en zenuwen omgeeft. Door spanning en verklevingen in deze structuren te verminderen, kan er meer ruimte ontstaan binnen en rondom de carpale tunnel. Hierdoor kan de druk op de zenuw afnemen en kunnen klachten zoals tintelingen, pijn en een verminderd gevoel in de hand verminderen of soms zelfs verdwijnen.
Een fysiotherapeut kan daarnaast werken aan:
- het verbeteren van de mobiliteit van de pols en onderarm;
- het verminderen van spierspanning en overbelasting;
- het optimaliseren van de houding en beweging tijdens werk of dagelijkse activiteiten;
- zenuwmobilisatie om de glijbeweging van de zenuw te verbeteren;
- oefeningen om kracht en functie van de hand terug te krijgen.
Behandeling van het carpaal tunnelsyndroom zonder operatie
Een operatie waarbij de carpale tunnel wordt verruimd, kan een effectieve behandeling zijn wanneer klachten ernstig zijn of langdurig blijven bestaan. Toch wordt vaak eerst gekeken naar conservatieve behandelingen, zoals fysiotherapie, oefeningen, leefstijlaanpassingen en het verminderen van belastende factoren.
Wanneer fysiotherapie onvoldoende resultaat geeft, kan in een later stadium alsnog gekozen worden voor een operatieve behandeling. Het voordeel van een vroegtijdige aanpak is dat langdurige irritatie of beschadiging van de zenuw mogelijk kan worden voorkomen.
Vitamine B en het carpaal tunnelsyndroom
Naast mechanische factoren blijkt ook de voedingsstatus een rol te kunnen spelen bij zenuwklachten. Een tekort aan bepaalde B-vitamines, met name vitamine B12 en vitamine B6, kan invloed hebben op de werking van zenuwen. Een tekort kan klachten veroorzaken zoals tintelingen, een verminderd gevoel of zenuwpijn en kan bestaande klachten bij een zenuwbeknelling mogelijk versterken.
Bij aanhoudende klachten kan het daarom zinvol zijn om samen met een arts te kijken naar mogelijke oorzaken, waaronder tekorten aan vitamines of andere factoren die invloed hebben op het zenuwstelsel.
Samenvatting
Het carpaal tunnelsyndroom behandelen zonder operatie is in veel gevallen mogelijk, afhankelijk van de ernst en oorzaak van de klachten. Fysiotherapie, gecombineerd met fasciale technieken en gerichte oefeningen, kan helpen om meer ruimte te creëren voor zenuwen en pezen en daarmee pijn en tintelingen in de hand te verminderen. Een goede diagnose en een persoonlijke behandelstrategie zijn belangrijk voor het beste resultaat.
Meer algemene informatie over het carpaal tunnelsyndroom is te vinden op Wikipedia.


