Scheenbeenklachten (Shin Splints): oorzaken, symptomen en behandeling
Scheenbeenklachten, ook wel shin splints, medial tibial stress syndrome (MTSS) of in de volksmond springschenen genoemd, komen vooral voor bij hardlopers, maar ook bij wandelaars, voetballers, hockeyers, militairen en andere sporters die veel springen of rennen. De klachten ontstaan meestal aan de binnenzijde van het scheenbeen en beginnen vaak met een gevoel van stijfheid of lichte pijn. Wanneer de belasting blijft toenemen, kan de pijn zo hevig worden dat zelfs een normaal looppatroon wordt verstoord.
Wat zijn scheenbeenklachten?
Scheenbeenklachten ontstaan door een overbelasting van de spieren, pezen en het botvlies aan de binnenkant van het scheenbeen. Vooral de spieren die verantwoordelijk zijn voor de afzet tijdens het lopen en springen worden intensief belast. Door herhaalde trekkrachten op het botvlies ontstaat irritatie, wat leidt tot pijn en gevoeligheid langs het scheenbeen.
Vaak ontwikkelen de klachten zich geleidelijk. In het begin is de pijn alleen voelbaar tijdens of na het sporten, maar zonder behandeling kunnen de klachten ook tijdens dagelijkse activiteiten aanwezig blijven.
Symptomen van shin splints
Veelvoorkomende symptomen zijn:
- Pijn aan de binnenzijde van het scheenbeen.
- Stijfheid bij het opstaan of aan het begin van een training.
- Pijn tijdens hardlopen, wandelen of springen.
- Gevoeligheid bij druk op het scheenbeen.
- Een verstoord looppatroon door toenemende pijn.
- In ernstige gevallen pijn tijdens normale dagelijkse activiteiten.
Oorzaken van scheenbeenklachten
Scheenbeenklachten ontstaan meestal door een combinatie van factoren, zoals:
- Een te snelle opbouw van trainingsintensiteit of trainingsafstand.
- Veel hardlopen op een harde ondergrond.
- Versleten of ongeschikte sportschoenen.
- Verminderde spierkracht of flexibiliteit van de kuit- en onderbeenspieren.
- Afwijkingen in de voetstand, zoals overpronatie.
- Onvoldoende herstel tussen trainingen.
Behandeling van scheenbeenklachten
Een tijdige behandeling voorkomt dat de klachten verergeren. In de meeste gevallen bestaat de behandeling uit:
- Actieve rust: verminder tijdelijk de belasting zonder volledig te stoppen met bewegen.
- Rekoefeningen: het regelmatig rekken van de kuit- en onderbeenspieren vermindert de spanning op het scheenbeen.
- Fysiotherapie: een fysiotherapeut kan de oorzaak van de overbelasting onderzoeken en een persoonlijk oefenprogramma opstellen.
- Spierversterkende oefeningen: gericht op de kuit-, enkel- en heupspieren om de belasting beter op te vangen.
- Loopanalyse: het verbeteren van de looptechniek en het adviseren over geschikte hardloopschoenen of steunzolen indien nodig.
- Geleidelijke trainingsopbouw: voorkom een te snelle toename van afstand, snelheid of trainingsfrequentie.
Springschenen of jumpers knee?
De term springschenen wordt regelmatig gebruikt omdat springen dezelfde spiergroepen belast als hardlopen. Daarom komen scheenbeenklachten ook veel voor bij sporten zoals volleybal, basketbal, handbal en atletiek.
Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen springschenen (shin splints) en een jumpers knee (patellapeestendinopathie). Bij springschenen bevindt de pijn zich aan de binnenzijde van het scheenbeen, terwijl een jumpers knee pijn veroorzaakt aan de kniepees, direct onder de knieschijf. Hoewel beide blessures door overbelasting ontstaan, verschillen de oorzaak, locatie en behandeling.
Voorkomen is beter dan genezen
Scheenbeenklachten zijn vaak goed te voorkomen door de training rustig op te bouwen, voldoende hersteltijd te nemen, geschikte sportschoenen te dragen en regelmatig aandacht te besteden aan kracht- en flexibiliteitsoefeningen. Wanneer de klachten langer aanhouden of steeds terugkeren, is het verstandig om een fysiotherapeut te raadplegen. Een vroege diagnose en gerichte behandeling verkleinen de kans op langdurige blessures en helpen je sneller weer pijnvrij te sporten.


